De Koran › Soera Adh-Dhariyat
Soera Adh-Dhariyat (51) — De Verstrooiers · الذاريات
Mekkaanse soera, 60 verzen, als 67e geopenbaard.
De verstrooiende winden — het levensonderhoud is bij Allah, de aanbidding is het doel.
Adh-Dhariyat 51:1
وَٱلذَّـٰرِيَٰتِ ذَرۡوٗا
Bij (de winden) die doen verspreiden;
By those [winds] scattering [dust] dispersing
Adh-Dhariyat 51:2
فَٱلۡحَٰمِلَٰتِ وِقۡرٗا
En (de wolken) die een zwaar gewicht aan water dragen;
And those [clouds] carrying a load [of water]
Adh-Dhariyat 51:3
فَٱلۡجَٰرِيَٰتِ يُسۡرٗا
En (de schepen) die in gemak op zee drijven;
And those [ships] sailing with ease
Adh-Dhariyat 51:4
فَٱلۡمُقَسِّمَٰتِ أَمۡرًا
En bij de (engelen) die verdelen volgens Allah Zijn bevel.
And those [angels] apportioning [each] matter
Adh-Dhariyat 51:5
إِنَّمَا تُوعَدُونَ لَصَادِقٞ
Waarlijk, dat wat jullie beloofd is gaat gebeuren!
Indeed, what you are promised is true
Adh-Dhariyat 51:6
وَإِنَّ ٱلدِّينَ لَوَٰقِعٞ
En waarlijk, de vergoeding (op de Dag des oordeels) zal zeker plaatsvinden.
And indeed, the recompense is to occur
Adh-Dhariyat 51:7
وَٱلسَّمَآءِ ذَاتِ ٱلۡحُبُكِ
Bij de hemel vol in schoonheid.
By the heaven containing pathways
Adh-Dhariyat 51:8
إِنَّكُمۡ لَفِي قَوۡلٖ مُّخۡتَلِفٖ
Voorwaar, jullie hebben verschillende opvattingen (over de Koran).
Indeed, you are in differing speech
Adh-Dhariyat 51:9
يُؤۡفَكُ عَنۡهُ مَنۡ أُفِكَ
Afkeer van de Koran heeft degene die zelf afgekeerd is.
Deluded away from the Qur'an is he who is deluded
Adh-Dhariyat 51:10
قُتِلَ ٱلۡخَرَّـٰصُونَ
Vervloekt zijn de leugenaars.
Destroyed are the falsifiers
Adh-Dhariyat 51:11
ٱلَّذِينَ هُمۡ فِي غَمۡرَةٖ سَاهُونَ
Die onder een verdrinking van achteloosheid zijn.
Who are within a flood [of confusion] and heedless
Adh-Dhariyat 51:12
يَسۡـَٔلُونَ أَيَّانَ يَوۡمُ ٱلدِّينِ
Zij vragen: “Wanneer zal de dag van de vergoeding zijn?”
They ask, "When is the Day of Recompense
Adh-Dhariyat 51:13
يَوۡمَ هُمۡ عَلَى ٱلنَّارِ يُفۡتَنُونَ
(Het zal) een dag (zijn) waarop zij boven het vuur beproefd worden!
[It is] the Day they will be tormented over the Fire
Adh-Dhariyat 51:14
ذُوقُواْ فِتۡنَتَكُمۡ هَٰذَا ٱلَّذِي كُنتُم بِهِۦ تَسۡتَعۡجِلُونَ
“Proef jullie beproeving! Dit is wat jullie wilden bespoedigen!"
[And will be told], "Taste your torment. This is that for which you were impatient
Adh-Dhariyat 51:15
إِنَّ ٱلۡمُتَّقِينَ فِي جَنَّـٰتٖ وَعُيُونٍ
Waarlijk, de godvrezenden zullen in het midden van de tuinen en de bronnen zijn.
Indeed, the righteous will be among gardens and springs
Adh-Dhariyat 51:16
ءَاخِذِينَ مَآ ءَاتَىٰهُمۡ رَبُّهُمۡۚ إِنَّهُمۡ كَانُواْ قَبۡلَ ذَٰلِكَ مُحۡسِنِينَ
Zich in de zaken verheugend die hun Heer hen gegeven heeft. Waarlijk, vroeger waren (tijdens hun leven) zij de weldoeners (zijn wij dat nu ook?).
Accepting what their Lord has given them. Indeed, they were before that doers of good
Adh-Dhariyat 51:17
كَانُواْ قَلِيلٗا مِّنَ ٱلَّيۡلِ مَا يَهۡجَعُونَ
Zij sliepen maar weinig tijdens de nacht (want het grootste deel daarvan brachten zij door in gebed al dobberend tussen liefde, vrees en hoop).
They used to sleep but little of the night
Adh-Dhariyat 51:18
وَبِٱلۡأَسۡحَارِ هُمۡ يَسۡتَغۡفِرُونَ
En in de laatste uren van de nacht vragen zij Allah om vergiffenis (dus na het nachtgebed en vóór salat al-Fadjr, het nachtgebed mag ook kort zijn).
And in the hours before dawn they would ask forgiveness
Adh-Dhariyat 51:19
وَفِيٓ أَمۡوَٰلِهِمۡ حَقّٞ لِّلسَّآئِلِ وَٱلۡمَحۡرُومِ
En van hun bezittingen was er een rechtmatig aandeel voor de vragende armen en de armen die zich weerhielden van bedelarij.
And from their properties was [given] the right of the [needy] petitioner and the deprived
Adh-Dhariyat 51:20
وَفِي ٱلۡأَرۡضِ ءَايَٰتٞ لِّلۡمُوقِنِينَ
En op aarde zijn er tekenen voor degenen die een zeker geloof hebben.
And on the earth are signs for the certain [in faith]
Adh-Dhariyat 51:21
وَفِيٓ أَنفُسِكُمۡۚ أَفَلَا تُبۡصِرُونَ
En ook in jullie zelf, zien jullie dan niet!
And in yourselves. Then will you not see
Adh-Dhariyat 51:22
وَفِي ٱلسَّمَآءِ رِزۡقُكُمۡ وَمَا تُوعَدُونَ
En in de hemel is jullie voorziening en dat wat jullie beloofd is.
And in the heaven is your provision and whatever you are promised
Adh-Dhariyat 51:23
فَوَرَبِّ ٱلسَّمَآءِ وَٱلۡأَرۡضِ إِنَّهُۥ لَحَقّٞ مِّثۡلَ مَآ أَنَّكُمۡ تَنطِقُونَ
Bij de Heer van de hemel en de aarde, het (de Koran) is de waarheid even als het de waarheid is dat jullie kunnen spreken.
Then by the Lord of the heaven and earth, indeed, it is truth - just as [sure as] it is that you are speaking
Adh-Dhariyat 51:24
هَلۡ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ضَيۡفِ إِبۡرَٰهِيمَ ٱلۡمُكۡرَمِينَ
Heeft het verhaal van de edele gasten van Ibraahiem jullie bereikt?
Has there reached you the story of the honored guests of Abraham
Adh-Dhariyat 51:25
إِذۡ دَخَلُواْ عَلَيۡهِ فَقَالُواْ سَلَٰمٗاۖ قَالَ سَلَٰمٞ قَوۡمٞ مُّنكَرُونَ
Toen zij tot hem kwamen en zeiden: “Vrede zij met jou!” Hij antwoordde: “Vrede zij met jullie” en zei: “Jullie zijn onbekende mensen voor mij.”
When they entered upon him and said, "[We greet you with] peace." He answered, "[And upon you] peace, [you are] a people unknown
Adh-Dhariyat 51:26
فَرَاغَ إِلَىٰٓ أَهۡلِهِۦ فَجَآءَ بِعِجۡلٖ سَمِينٖ
Toen keerde hij zich tot zijn huishouding, en bracht zo een flink kalf.
Then he went to his family and came with a fat [roasted] calf
Adh-Dhariyat 51:27
فَقَرَّبَهُۥٓ إِلَيۡهِمۡ قَالَ أَلَا تَأۡكُلُونَ
En plaatste het voor hen (zeggende): “Willen jullie niet eten?”
And placed it near them; he said, "Will you not eat
Adh-Dhariyat 51:28
فَأَوۡجَسَ مِنۡهُمۡ خِيفَةٗۖ قَالُواْ لَا تَخَفۡۖ وَبَشَّرُوهُ بِغُلَٰمٍ عَلِيمٖ
Toen werd hij bang voor hen (omdat engelen niet eten en drinken). Zij zeiden: “Vrees niet” En zij gaven hem het goede nieuws van (de geboorte van) een zoon die kennis zal hebben.
And he felt from them apprehension. They said, "Fear not," and gave him good tidings of a learned boy
Adh-Dhariyat 51:29
فَأَقۡبَلَتِ ٱمۡرَأَتُهُۥ فِي صَرَّةٖ فَصَكَّتۡ وَجۡهَهَا وَقَالَتۡ عَجُوزٌ عَقِيمٞ
Toen kwam zijn vrouw tevoorschijn met een luide stem, zij sloeg haar gezicht en zei: ”Ik ben een oude onvruchtbare vrouw!”
And his wife approached with a cry [of alarm] and struck her face and said, "[I am] a barren old woman
Adh-Dhariyat 51:30
قَالُواْ كَذَٰلِكِ قَالَ رَبُّكِۖ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلۡحَكِيمُ ٱلۡعَلِيمُ
Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer bepaald. Waarlijk, Hij is de Alwijze, de Alwetende.”
They said, "Thus has said your Lord; indeed, He is the Wise, the Knowing
Adh-Dhariyat 51:31
۞قَالَ فَمَا خَطۡبُكُمۡ أَيُّهَا ٱلۡمُرۡسَلُونَ
(Ibraahiem zei): “Met welk doel zijn jullie gekomen, o boodschappers?”
[Abraham] said, "Then what is your business [here], O messengers
Adh-Dhariyat 51:32
قَالُوٓاْ إِنَّآ أُرۡسِلۡنَآ إِلَىٰ قَوۡمٖ مُّجۡرِمِينَ
Zij zeiden: “Wij zijn tot een volk gestuurd dat misdadig is;
They said, "Indeed, we have been sent to a people of criminals
Adh-Dhariyat 51:33
لِنُرۡسِلَ عَلَيۡهِمۡ حِجَارَةٗ مِّن طِينٖ
Om stenen van klei naar hen te sturen.”
To send down upon them stones of clay
Adh-Dhariyat 51:34
مُّسَوَّمَةً عِندَ رَبِّكَ لِلۡمُسۡرِفِينَ
Gekenmerkt door jullie Heer voor de overtreders.
Marked in the presence of your Lord for the transgressors
Adh-Dhariyat 51:35
فَأَخۡرَجۡنَا مَن كَانَ فِيهَا مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ
Dus Wij hebben de gelovigen naar buiten (uit de stad) gebracht.
So We brought out whoever was in the cities of the believers
Adh-Dhariyat 51:36
فَمَا وَجَدۡنَا فِيهَا غَيۡرَ بَيۡتٖ مِّنَ ٱلۡمُسۡلِمِينَ
Maar Wij vonden geen enkel huis van de gelovigen, behalve één (van Loet).
And We found not within them other than a [single] house of Muslims
Adh-Dhariyat 51:37
وَتَرَكۡنَا فِيهَآ ءَايَةٗ لِّلَّذِينَ يَخَافُونَ ٱلۡعَذَابَ ٱلۡأَلِيمَ
En Wij hebben daar een teken achtergelaten voor degenen die een pijnlijke bestraffing vrezen.
And We left therein a sign for those who fear the painful punishment
Adh-Dhariyat 51:38
وَفِي مُوسَىٰٓ إِذۡ أَرۡسَلۡنَٰهُ إِلَىٰ فِرۡعَوۡنَ بِسُلۡطَٰنٖ مُّبِينٖ
En bij Moesa. Toen Wij hem naar Farao stuurden met een duidelijk bewijs.
And in Moses [was a sign], when We sent him to Pharaoh with clear authority
Adh-Dhariyat 51:39
فَتَوَلَّىٰ بِرُكۡنِهِۦ وَقَالَ سَٰحِرٌ أَوۡ مَجۡنُونٞ
Maar (Farao) keerde zich af tezamen met zijn legers, en zei: “Een tovenaar of een dwaas.”
But he turned away with his supporters and said," A magician or a madman
Adh-Dhariyat 51:40
فَأَخَذۡنَٰهُ وَجُنُودَهُۥ فَنَبَذۡنَٰهُمۡ فِي ٱلۡيَمِّ وَهُوَ مُلِيمٞ
Dus namen Wij hem en zijn leger, en gooiden hen in de zee terwijl hij schuldig was.
So We took him and his soldiers and cast them into the sea, and he was blameworthy
Adh-Dhariyat 51:41
وَفِي عَادٍ إِذۡ أَرۡسَلۡنَا عَلَيۡهِمُ ٱلرِّيحَ ٱلۡعَقِيمَ
En bij de ‘Ad toen Wij naar hen een orkaan naar hen toezonden;
And in 'Aad [was a sign], when We sent against them the barren wind
Adh-Dhariyat 51:42
مَا تَذَرُ مِن شَيۡءٍ أَتَتۡ عَلَيۡهِ إِلَّا جَعَلَتۡهُ كَٱلرَّمِيمِ
En er was niets waar het (de wind) mee in aanraking kwam of het werd daardoor vernietigd.
It left nothing of what it came upon but that it made it like disintegrated ruins
Adh-Dhariyat 51:43
وَفِي ثَمُودَ إِذۡ قِيلَ لَهُمۡ تَمَتَّعُواْ حَتَّىٰ حِينٖ
En bij de Thamoed toen hen verteld werd: “Vermaak jullie maar voor een bepaalde periode!”
And in Thamud, when it was said to them, "Enjoy yourselves for a time
Adh-Dhariyat 51:44
فَعَتَوۡاْ عَنۡ أَمۡرِ رَبِّهِمۡ فَأَخَذَتۡهُمُ ٱلصَّـٰعِقَةُ وَهُمۡ يَنظُرُونَ
Maar brutaal minachtten zij het bevel van hun Heer, dus de bliksemflits overmeesterde hen terwijl zij toekeken.
But they were insolent toward the command of their Lord, so the thunderbolt seized them while they were looking on
Adh-Dhariyat 51:45
فَمَا ٱسۡتَطَٰعُواْ مِن قِيَامٖ وَمَا كَانُواْ مُنتَصِرِينَ
Toen waren zij niet in staat op te staan, noch konden zij zichzelf helpen.
And they were unable to arise, nor could they defend themselves
Adh-Dhariyat 51:46
وَقَوۡمَ نُوحٖ مِّن قَبۡلُۖ إِنَّهُمۡ كَانُواْ قَوۡمٗا فَٰسِقِينَ
(Zo was) het volk van Noeh vóór hen. Waarlijk, zij waren een volk dat verdorven was.
And [We destroyed] the people of Noah before; indeed, they were a people defiantly disobedient
Adh-Dhariyat 51:47
وَٱلسَّمَآءَ بَنَيۡنَٰهَا بِأَيۡيْدٖ وَإِنَّا لَمُوسِعُونَ
Met kracht hebben Wij de hemel gebouwd. Waarlijk, Wij zijn in staat om de omvangrijkheid en ruimte daarvan uit te breiden.
And the heaven We constructed with strength, and indeed, We are [its] expander
Adh-Dhariyat 51:48
وَٱلۡأَرۡضَ فَرَشۡنَٰهَا فَنِعۡمَ ٱلۡمَٰهِدُونَ
En Wij hebben de aarde uitgespreid, wat een uitmuntende spreider zijn Wij!
And the earth We have spread out, and excellent is the preparer
Adh-Dhariyat 51:49
وَمِن كُلِّ شَيۡءٍ خَلَقۡنَا زَوۡجَيۡنِ لَعَلَّكُمۡ تَذَكَّرُونَ
En alles hebben Wij in paren geschapen, dat jullie er lering uit zullen trekken.
And of all things We created two mates; perhaps you will remember
Adh-Dhariyat 51:50
فَفِرُّوٓاْ إِلَى ٱللَّهِۖ إِنِّي لَكُم مِّنۡهُ نَذِيرٞ مُّبِينٞ
Vlucht dus naar Allah (d.m.v. berouw, gehoorzaamheid en vermijding van zonden), (want) waarlijk, ik (Mohammed) ben (door) Hem naar jullie (gezonden) als een duidelijke waarschuwer (voor Zijn beangstigende bestraffing).
So flee to Allah. Indeed, I am to you from Him a clear warner
Adh-Dhariyat 51:51
وَلَا تَجۡعَلُواْ مَعَ ٱللَّهِ إِلَٰهًا ءَاخَرَۖ إِنِّي لَكُم مِّنۡهُ نَذِيرٞ مُّبِينٞ
En (waag het niet) om eender welke andere god (in aanbidding) te verenigen met Allah. Voorzeker, ik ben voor jullie en op Zijn gezag een duidelijke waarschuwer.
And do not make [as equal] with Allah another deity. Indeed, I am to you from Him a clear warner
Adh-Dhariyat 51:52
كَذَٰلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُواْ سَاحِرٌ أَوۡ مَجۡنُونٌ
Zo ook kwam er geen boodschapper tot degenen voor hem of zij zeiden: “Een tovenaar of een dwaas!”
Similarly, there came not to those before them any messenger except that they said, "A magician or a madman
Adh-Dhariyat 51:53
أَتَوَاصَوۡاْ بِهِۦۚ بَلۡ هُمۡ قَوۡمٞ طَاغُونَ
Hebben zij deze uitspraak overgeleverd aan elkaar? Nee, zij zijn zelf een volk dat de grenzen overtreedt!
Did they suggest it to them? Rather, they [themselves] are a transgressing people
Adh-Dhariyat 51:54
فَتَوَلَّ عَنۡهُمۡ فَمَآ أَنتَ بِمَلُومٖ
Keer je dus af van hen, jou (o Mohammed) kan niets verweten worden.
So leave them, [O Muhammad], for you are not to be blamed
Adh-Dhariyat 51:55
وَذَكِّرۡ فَإِنَّ ٱلذِّكۡرَىٰ تَنفَعُ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ
En vermaan want waarlijk, de vermaning is tot voordeel voor de gelovigen.
And remind, for indeed, the reminder benefits the believers
Adh-Dhariyat 51:56
وَمَا خَلَقۡتُ ٱلۡجِنَّ وَٱلۡإِنسَ إِلَّا لِيَعۡبُدُونِ
En Ik (Allah) heb de djinn en de mens slechts geschapen om (alléén) Mij te aanbidden (de Tawhied, datgene waartoe alle profeten hebben opgeroepen).
And I did not create the jinn and mankind except to worship Me
Adh-Dhariyat 51:57
مَآ أُرِيدُ مِنۡهُم مِّن رِّزۡقٖ وَمَآ أُرِيدُ أَن يُطۡعِمُونِ
Ik zoek geen voorziening van hen noch vraag Ik hen om Mij te voeden.
I do not want from them any provision, nor do I want them to feed Me
Adh-Dhariyat 51:58
إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلرَّزَّاقُ ذُو ٱلۡقُوَّةِ ٱلۡمَتِينُ
Waarlijk, Allah is de Voorziener van alles. Eigenaar van de macht – de Allersterkste.
Indeed, it is Allah who is the [continual] Provider, the firm possessor of strength
Adh-Dhariyat 51:59
فَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُواْ ذَنُوبٗا مِّثۡلَ ذَنُوبِ أَصۡحَٰبِهِمۡ فَلَا يَسۡتَعۡجِلُونِ
En waarlijk, degenen die onrecht plegen, hun deel van de bestraffing is gelijk aan de bestraffing zoals hun soortgenoten (die heengegaan zijn) laat hen daarom niet vragen om het te bespoedigen!
And indeed, for those who have wronged is a portion [of punishment] like the portion of their predecessors, so let them not impatiently urge Me
Adh-Dhariyat 51:60
فَوَيۡلٞ لِّلَّذِينَ كَفَرُواْ مِن يَوۡمِهِمُ ٱلَّذِي يُوعَدُونَ
Wee dan de ongelovigen op die dag die hen beloofd is.
And woe to those who have disbelieved from their Day which they are promised
Arabische tekst: Uthmani text, Tanzil Project (tanzil.net) · Nederlandse vertaling: Rowwad Translation Center · Engelse vertaling: Saheeh International