De Koran › Soera An-Nas

Soera An-Nas (114) — De Mensen · الناس

Mekkaanse soera, 6 verzen, als 21e geopenbaard.

De mensen: toevlucht tegen de influisteraar in de borsten van de mensen.

An-Nas 114:1

قُلۡ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ

Zeg: “Ik neem mijn toevlucht tot de Heer der mensheid."

Say, "I seek refuge in the Lord of mankind

An-Nas 114:2

مَلِكِ ٱلنَّاسِ

De Koning der mensheid.

The Sovereign of mankind

An-Nas 114:3

إِلَٰهِ ٱلنَّاسِ

De Heer der mensheid.

The God of mankind

An-Nas 114:4

مِن شَرِّ ٱلۡوَسۡوَاسِ ٱلۡخَنَّاسِ

Tegen het kwaad van de rondsluipende fluisteraar (Shaytaan, maar deze trekt zich terug zodra Allah wordt herdacht).

From the evil of the retreating whisperer

An-Nas 114:5

ٱلَّذِي يُوَسۡوِسُ فِي صُدُورِ ٱلنَّاسِ

Die in de harten van de mensheid fluistert.

Who whispers [evil] into the breasts of mankind

An-Nas 114:6

مِنَ ٱلۡجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ

Zowel djinn als mensen.

From among the jinn and mankind

Arabische tekst: Uthmani text, Tanzil Project (tanzil.net) · Nederlandse vertaling: Rowwad Translation Center · Engelse vertaling: Saheeh International